Inleiding in het Moderne StandaardarabischOngeveer 300 miljoen mensen van Marokko tot Irak spreken een vorm van Arabisch. Deze mensen hebben het Arabische schrift gemeenschappelijk. Hun gesproken taal kent veel varianten, dialecten, die van oost naar west sterk van elkaar verschillen.
1.1 De Arabische taal
1.1.1 Dialecten Ongeveer 300 miljoen mensen van Marokko tot Irak spreken een vorm van Arabisch. Deze mensen hebben het Arabische schrift gemeenschappelijk. Hun gesproken taal kent veel varianten, dialecten, die van oost naar west sterk van elkaar verschillen. De belangrijkste dialectgroepen zijn: - de Maghrebijnse dialecten in Marokko, Algerije, Tunesië, Libië, Mauretanië en op Malta; - de Egyptische dialecten die bekend zijn van films, radio en televisie; - de Syrisch-Libanese dialecten in Palestina, Libanon, Syrië en Jordanië; - de Irakese dialecten in Irak en aangrenzende gebieden; - de dialecten van het Arabisch schiereiland.
Het Soedanees is verwant aan het Egyptisch dialect van Opper-Egypte. Jemen heeft zijn eigen voertaal. In Saudi-Arabië, Oman en de overige Golfstaten (waaronder Koeweit, Bahrein, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten) worden dialecten gesproken die volgens Arabische taalgeleerden het dichtst in de buurt komen van de moderne geschreven en officiële taal, het zogeheten Modern Standaardarabisch. Een heel eigen Arabisch dialect heeft het kleine eiland Malta. Dit is een zogenaamd ‘taaleiland’ dat taalkundig tot de Maghrebijnse dialecten behoort. Hiermee wordt een linguïstisch gebied bedoeld waar men als moedertaal een Arabisch dialect spreekt naast een andere taal. Het Maltees wordt niet weergegeven in het Arabische schrift maar in het Latijnse schrift.
1.1.2 Oorsprong Oorspronkelijk is het Arabisch een taal van woestijnbewoners, wat in de woordenschat nog terug te zien is. Het aantal synoniemen voor bijvoorbeeld ‘kameel’, ‘gazelle’ of ‘leeuw’ is legio. Het Arabisch is een van de jongste takken van de Semitische talenboom. Het heeft veel gemeen met het Hebreeuws en zijn moderne versie het Ivriet, alsook met het Assyrisch, Babylonisch, Aramees, en Ethiopisch. Hoe kon deze woestijntaal, in de zesde eeuw nog gesproken door een handjevol bedoeïenen en oasebewoners, uitgroeien tot de zesde wereldtaal? De komst van de islam, waarvan het officiële geboortejaar 622 na Christus is, was daarvoor van grote betekenis. Toen de moslims van de zevende eeuw namelijk Zuid-Spanje en een groot stuk van Afrika en Azië veroverden, verspreidden zij tevens het heilige boek van de islam, dat het belangrijkste en oudste prozadocument in de Arabische taal is: de Koran. Om dit boek te kunnen begrijpen moesten de (nieuwe) gelovigen Arabisch leren lezen en zo heeft de Koran veel bijgedragen aan de verbreiding van de Arabische taal. Veel moslims uit Iran, Afghanistan, Pakistan, India en Indonesië die geen Arabisch spreken, kunnen wel de Koran lezen of uit hun hoofd opzeggen. Het Arabisch is dan ook de belangrijkste taal van de islam. Het heeft invloed uitgeoefend op talen van geheel andere afkomst, zoals het Perzisch (een Indo-Europese taal), het Turks en het in Pakistan gesproken en geschreven Urdu. Het Perzisch en het Urdu maar ook talen van Afghanistan, zoals het Dari en het Pashto gebruiken nog steeds het Arabische schrift en bevatten veel van het Arabische vocabulaire. Het Turks werd tot de hervormingen van Kemal Pasha Ataturk eveneens in het Arabische schrift weergegeven. Dankzij de Arabische aanwezigheid in Andalusië (Spanje) gedurende ruim zeven eeuwen treffen we ook in het Spaans veel woorden aan die ontleend zijn aan het Arabisch. Zelfs in het Nederlands vinden we Arabische woorden terug, zoals ‘alcohol’, ‘algebra’, ‘magazijn’ en ‘koffie’.
1.1.3 Het Modern Standaardarabisch Het Modern Standaardarabisch (MSA) gaat uit van de grammatica van het Klassiekarabisch, zoals gebruikt in de Koran, de Klassieke literatuur en de pré-Islamitische poëzie. In de loop van veertien eeuwen heeft het vocabulaire van de taal zich verrijkt door het contact met allerlei volkeren en veranderden veel woordbetekenissen. Toch wijkt het MSA minder af van het Arabisch van de zevende eeuw dan het moderne Nederlands van de taal van Vondel (zeventiende eeuw!). Schrijfwijze en woordvorming zijn in het Arabisch niet of nauwelijks veranderd. De Arabische academies van Damascus en Cairo zien toe op een correcte toepassing van de grammaticaregels wanneer nieuwe woorden ontstaan. Het MSA is de officiële taal van de Arabische landen en wordt in al die landen op dezelfde wijze geschreven en gesproken. Het MSA kent geen moedertaalsprekers. Het is een taal die op school wordt onderwezen als “vreemde” taal en is het communicatiemiddel bij uitstek van de ontwikkelde Arabieren. Het wordt alleen gesproken in formele situaties zoals bij officiële toespraken, op TV en radio bij het lezen van het journaal en in debatten en de wetenschap en in kranten en literatuur. De gesproken vorm, die in alle Arabische landen van land tot land verschilt, wordt gebruikt voor de omgang in het dagelijkse leven, maar wordt niet op school onderwezen. Kun je lezen en schrijven in het MSA, dan heb je toegang tot kranten, tijdschriften en boeken uit de hele Arabische Wereld. Overigens hoort men in de gesproken media ook overgangsvormen tussen dialect en MSA, een variant die soms de ‘derde taal’ wordt genoemd. Het MSA is ook onontbeerlijk voor het krijgen van inzicht in de samenhang van de gesproken dialecten.
Les 1.2 Kenmerken van het Arabisch
1.2.1 Van rechts naar links Arabisch wordt van rechts naar links gelezen, een eigenschap die het gemeen heeft met andere Semitische talen: SKNIL RAAN STHCER NAV ¬. Het Arabisch kent geen hoofdletters en Arabische woorden kunnen niet worden afgebroken aan het einde van een regel.
1.2.2 Gebonden schrift Het Arabische alfabet bestaat uit 28 letters, waarvan de meeste een verschillende schrijfwijze hebben naar gelang ze aan het begin, in het midden of aan het einde van een woord staan. De meeste letters, maar niet alle, worden binnen een woord aaneengeschreven. Daarnaast zijn er enkele hulptekens, die echter lang niet altijd worden gedrukt of geschreven. Het Arabische schrift leent zich uitstekend voor kalligrafische hoogstandjes. De Arabieren hebben het nooit willen aanpassen aan het Latijnse lettersysteem, hoewel dat in theorie mogelijk is.
1.2.3 Medeklinkersysteem Opvallend aan een Arabische tekst is dat die bijna geheel uit medeklinkers bestaat. De korte klinkers a, i en u worden wel uitgesproken maar, in tegenstelling tot de lange klinkers ?, ? en ?, niet geschreven. Dat maakt Arabisch lezen er niet gemakkelijker op, want welke korte klinkers moet men invullen wanneer er, zoals meestal het geval is, meerdere invulmogelijkheden zijn? Zo kan men het woord M-L-K tegenkomen, dat te lezen is als MaLiK (koning), MuLK (bezit) of MaLaKa (bezitten), alle drie betekenissen die met elkaar verband houden, maar die wel verschillend zijn. De juiste betekenis van M-L-K zal uit het zinsverband moeten blijken en met behulp van een woordenboek moeten worden opgezocht . Om toch een juiste uitspraak van de korte klinkers af te dwingen worden er soms hulptekens gebruikt. Deze hulptekens staan boven en onder het woord, en geven aan welke korte klinker uitgesproken moet worden. In kranten en boeken worden ze bijna nooit gebruikt, maar in de Koran, in schoolboeken, in woordenboeken en in de poëzie vind je ze terug.
1.2.4 Wortelsysteem Bijna alle woorden zijn herleidbaar tot een ‘stam’ of ‘wortel’ van drie, soms vier, medeklinkers. MaLiK, MuLK en MaLaKa uit het bovenstaande voorbeeld behoren tot de wortel M-L-K. De wortelmedeklinkers, ook wel radicalen genoemd, vormen het geraamte van een woord. In de onderstaande voorbeelden in Latijnse transcriptie worden zij met een hoofdletter geschreven. Rond dit geraamte kunnen vervolgens voorvoegsels (prefixen), tussenvoegsels (infixen) en achtervoegsels (suffixen) worden geplaatst die het uiteindelijke woord vormen. Ook kunnen de radicalen verdubbeld worden en kunnen klinkers veranderen of verlengd worden .
Woorden beginnen in het Arabisch nooit met twee of meer medeklinkers en nooit met een klinker. Ook kunnen er nooit meer dan twee medeklinkers achter elkaar staan. Na elke medeklinker volgt een klinker. Een reiziger is een muS?FiR, wat van de wortel S-F-R komt (een derde afgeleide vorm van deze wortel betekent ‘reizen’). mu = voorvoegsel dat een deelwoord aangeeft S = eerste radicaal, R1 ? = ingevoegde lange klinker F = tweede radicaal, R2 R = derde radicaal, R3
De ingevoegde korte klinker i wordt in het Arabisch niet geschreven. Verdubbeling van een radicaal is alleen in de uitspraak waar te nemen. Men zegt bijvoorbeeld mu?aMMaD, maar men schrijft slechts de letters m-?-M-D: op schrift is de verdubbeling van de M niet zichtbaar, net zo min als korte klinkers worden opgeschreven. Wel bestaat er, net als voor korte klinkers, een niet verplicht hulpteken om verdubbeling van het radicaal te signaleren. In dit boek zal dat hulpteken consequent worden toegepast. Vaak, maar lang niet altijd, is de oorspronkelijke betekenis van de wortel terug te vinden in het afgeleide woord. Wie de betekenis van de wortel kent, kan de betekenis van de afgeleide vormen vermoeden. Arabische woordenboeken gaan daarom meestal uit van het wortelsysteem..
1.2.5 Modelsysteem Een moslim is in het Arabisch een muSLiM, dat van de wortel S-L-M komt. mu = voorvoegsel dat een deelwoord aangeeft S = eerste radicaal, R1 L = tweede radicaal, R2 M = derde radicaal, R3 De ingevoegde korte klinker i wordt in het Arabisch niet geschreven. Een vierde afgeleide vorm van deze wortel betekent ‘onderwerpen’. MuSLiM (hij die zich onderwerpt) is hiervan afgeleid als aktief deelwoord. De uitspraak van deze aktieve deelwoorden geschiedt volgens het vaste model dat altijd gevormd wordt volgens de regel mu-R1-R2-i-R3. Woorden worden dus in het Arabisch, zoals ook in andere Semitische talen, rond een wortel gevormd, en wel steeds op dezelfde wijze, volgens een vaststaand model. Het Arabisch is daarom een ‘modelsysteem’. Dit modelsysteem zegt dat in principe elke drieradicalige wortel volgens hetzelfde model gevormd wordt. Het model schrijft voor welke voorvoegsels, tussenvoegsels, achtervoegsels, verdubbelingen en klinkerveranderingen nodig zijn om een bepaald soort woord te krijgen. Een K?TiB is bijvoorbeeld een ‘schrijvende’ (schrijver), een H?KiM is een ‘oordelende’ (rechter), een N?SiR een ‘overwinnende’ (overwinnaar). Een maKTaB is een ‘schrijfplaats’ (bureau, kantoor), een maDRaSa een ‘leerplaats’ (school), een maMLaKa een ‘koningsplaats’ (koninkrijk) en een maRKaB iets waarop men rijdt of vaart (een schip, een voertuig).
Les 1.3 Het alfabet Hieronder volgen in alfabetische volgorde (van rechts naar links!) de 28 letters van het alfabet. Als je goed kijkt dan zie je dat acht letters in paren komen, d.w.z. dat de schrijfwijze identiek is maar dat het verschil tussen de letters aangegeven wordt d.m.v. het aantal punten die op de letter staan. ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ?? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? |
AN-NA Taaltrainingen Arabisch
Muiderstraatweg 31 A, Diemen
020-6902402