Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Artikelen

De opmars van het scholen van assisterenden

Jarenlang was er geen discussie over wie wat deed in de tandartspraktijk: de tandarts behandelde patiƫnten en de meestal door hem zelf opgeleide assistente hielp daarbij. Hoe anders is het vandaag de dag: tandartsen van nu bieden hun assistenten steeds vaker externe cursussen aan. De vraag: kost dit alleen maar geld of levert het ook iets op en zo ja, wat dan en voor wie?

De Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG) maakte het in 1992 mogelijk dat ook niet-tandartsen en niet-mondhygiënisten patiënten zouden behandelen. Zij het onder duidelijk bepaalde voorwaarden. Daarmee deden begrippen als ‘bevoegde’ en ‘bekwame’ zorgverleners en ‘voorbehouden’ en ‘niet voorbehouden’ handelingen hun intrede. In de dagelijkse praktijk gaat het niet alleen over wie wat nu (wettelijk) mag doen, maar ook over de attitude van professionals jegens elkaar en de taken die ze elkaar toebedelen. Dat goed samenwerken in de mondzorg in veel opzichten een hoger rendement oplevert en kan leiden tot meer arbeidssatisfactie wordt door vrijwel iedereen onderkend. Maar wat betekent dat in de dagelijkse praktijk?

Enorme sprong

“Tandartsen hebben de laatste decennia een enorme sprong gemaakt waar het gaat om hun kwaliteitsbewustzijn. Zij weten heel goed dat ze niet alleen oog moeten hebben voor kwalitatief technisch handelen, maar ook voor de veiligheid van en het omgaan met de patiënt ofwel de mens achter de mond”, aldus NMT’s vice-voorzitter Hendrike van Drie. “Wie zijn werk serieus neemt, houdt zijn vak bij en laat zich regelmatig bij- en nascholen. Als je daar zelf bewust mee bezig bent, onderken je ook snel het belang van bij- en nascholing voor assisterenden. Zij doen hun werk eveneens in een veranderende setting en moeten ook inspelen op de wensen en verwachtingen van steeds mondiger wordende patiënten.”

Dat bejegening en communicatie daarbij een belangrijke rol spelen, werd op 2 augustus jl. nog eens in een persbericht onderstreept door onderzoekers van het NIVEL en het Centrum Klantervaring Zorg. Zij stellen dat bejegening en communicatie voor patiënten het belangrijkst zijn als het gaat om hun beoordeling van zorg. Nagenoeg alle opleidingen voor assisterenden in de tandartspraktijk, variërend van korte en specifieke bij- en nascholingscursussen tot algemene basisopleidingen, spelen in op deze ontwikkeling én op de vraag naar meer inhoudelijke vakkennis.

Krapte

Er zijn veel verschillende cursusaanbieders en er is veel diversiteit wat betreft de inrichting en duur van de opleidingen. Dit is voor een belangrijk deel het gevolg van de krapte op de tandheelkundige arbeidsmarkt. Anders gezegd: veel tandartsen zijn dringend op zoek naar gemotiveerde assistenten. Tijd om zelf onervaren tandartsassistenten al dan niet volledig op te leiden, ontbreekt vaak. Er dus zijn er korte, zeer praktijkgerichte cursussen ontwikkeld die alles leren wat nodig is om patiëntgericht, hygiënisch en verantwoord het beroep van tandartsassistent uit te kunnen oefenen. Daarbij draait het niet alleen om tandheelkundige vakkennis en het omgaan met mensen, maar ook wordt bijvoorbeeld geleerd hoe een administratie moet worden bijgehouden en afspraken effectief kunnen worden gepland. Eveneens veel belangstelling bestaat er voor de zogenoemde opfriscursussen ten behoeve van ervaren assistenten die enige jaren uit het arbeidsproces zijn geweest, maar via een opfriscursus wel weer up to date geïnformeerd zijn over tandheelkundige ontwikkelingen en dus ook snel inzetbaar.

Daarnaast zijn er diverse algemene beroepsopleidingen, die al dan niet in deeltijd kunnen worden gevolgd bij bijvoorbeeld een Regionaal Opleidings Centrum (ROC) en bestaat er een keur aan andere bij- en nascholingsmogelijkheden. Bekend op dit gebied is de zo’n tien jaar geleden door de NMT ontwikkelde en per 1 januari van dit jaar opgeheven opleiding tot preventieassistent en vervolgens ook paro-assistent, die door meer dan 2000 tandartsassistenten is gevolgd. Diverse andere – al dan niet particuliere – opleidingsinstituten bieden op dit moment een scala aan andere cursussen voor tandartsassistenten aan. Dat doen ook de afdeling PAOT van de Katholieke Universiteit Nijmegen (KUN) en ACTA Dental Education. Zij organiseren tandheelkundige nascholing voor tandartsen, mondhygiënisten en tandartsassistenten.


Korte basiscursus

Eén van de aanbieders van opleidingen voor tandheelkundig personeel is de Stichting TOP. Mickey van Gendt is er directeur en hoofddocent. De Stichting TOP verzorgt kortdurende introductiecursussen, intensieve opleidingen van drie weken én biedt specifieke scholingscursusssen in het eigen onderkomen in Koog aan de Zaan aan of op locatie in een tandartspraktijk.


De basisopleiding tandartsassistent is bedoeld voor mensen die graag in korte tijd tandartsassistent willen worden en daarna direct aan het werk willen”, aldus Van Gendt. “Reguliere opleidingen voor toekomstige tandartsassistenten duren vaak twee tot drie jaar en dat is voor bijvoorbeeld herintredende vrouwen vanwege die langdurige lesperiode en hun leeftijd niet te realiseren. Daarom hebben we een korte maar zeer intensieve basiscursus ontwikkeld waarbij alleen aandacht wordt besteed aan de kennis die in de praktijk echt noodzakelijk is”.

Die noodzakelijke kennis betreft onder meer het belang van hygiëne, het begrijpen en spreken van tandheelkundige taal, het assisteren aan de stoel, een kennismaking met apparatuur en materialen, het maken van protocollen, mondhygiëne, het gebruik van instrumentarium, het kunnen opnemen van een status praesens enz. De Stichting TOP begon 7 jaar geleden met twee leerlingen, nu start er iedere maand een groep met 10 leerlingen voor de basisopleiding, waarvan er gemiddeld 8 enkele weken later een diploma in ontvangst kunnen nemen.

Differentiatie

Aan de roep van tandartsen om hun personeel te scholen op het gebied van specifieke en op de praktijk gerichte tandheelkundige handelingen is en wordt ruim gehoor gegeven door de verschillende opleidingsinstituten. Een assistent kan daarmee (paro-)preventieassistent worden, lokale anesthesie geven, onderwezen worden in panoramatechniek, het verwijderen van tandsteen, het slijpen van instrumenten, het maken van afdrukken, het aanleggen van cofferdam of het sealen van elementen.


Ook bestaan er opleidingen voor teams van tandartsen én assistenten, die leren hoe het samenwerken aan de stoel kan worden geoptimaliseerd. “Dit soort cursussen leent zich bij uitstek om op locatie (‘Incompany’) te worden gegeven”, aldus Maaike Berger, manager ACTA Dental Education B.V. “Vaak combineren we dan verschillende onderwerpen en maken daar dan één cursus of workshop van. Dat is wel zo efficiënt.”

De vraag naar scholingsmogelijkheden is ook bij ACTA Dental Education de laatste jaren sterk toegenomen. “We hebben dit moment 7 mensen werken op ons organisatiebureau binnen ACTA en werken jaarlijks met zo’n 80 tot 100, meest externe, docenten”, aldus Berger. “Het merendeel van ons cursusaanbod is bestemd voor tandartsen (65%) en mondhygiënisten (25%), de overige 10% is bestemd voor tandartsassistenten, maar het zou me niet verbazen als dat laatste percentage de komende jaren stijgt. Steeds meer tandartsen, zo is ook onze ervaring, vinden het belangrijk om over goed geschoold personeel te kunnen beschikken. Ze doen veel aan zelfontwikkeling en dan is het ook wel logisch dat je het belangrijk vindt dat je personeel daarin meegroeit. Dat taakdelegatie een belangrijk item is in de tandartspraktijk draagt daar natuurlijk wel aan bij.”

Kosten en rendement

De kosten van de bij- en nascholing van patiënten worden, zo geven eigenlijk alle opleidingaanbieders aan, nagenoeg altijd betaald door de tandartsen. Iets anders ligt dat bij een basisopleiding tandartsassistent. Die wordt óf door een tandarts betaald die een nieuwe assistent heeft aangenomen, door UWV om mensen aan werk te helpen óf door particulieren die zelf een niet te langdurige gecertificeerde opleiding willen volgen.

Dat geschoolde assistenten in de regel ook wat meer verdienen dan ongeschoolde alleen in de praktijk opgeleide collega’s, vindt niemand vreemd of bezwaarlijk. “Dat weegt ruimschoots op tegen de bredere inzetbaarheid van je personeel en het gemak dat je daar zelf van hebt”, zegt tandarts Hans Jansen. “Maar misschien nog belangrijker is het, dat bij- en nascholing de motivatie verhoogt. Dat geldt voor ons tandartsen, maar zeker ook voor assistenten die anders jaren lang zo’n beetje hetzelfde werk zouden doen. Bij ons in de praktijk - we werken met twee tandartsen, een mondhygiënist en drie assistenten – zeggen we vaak gekscherend dat het volgen van cursussen verslavend werkt. We worden altijd een beetje ‘hebberig’ als we er over horen of lezen. Een andere zaak is dat er zo veel verandert op ons vakgebied en qua ergonomie, taakdelegatie en dergelijke, dat het gewoon noodzakelijk is om je kennis en ervaring te toetsen en waar nodig bij te spijkeren.”

Ervaringsdeskundigen

Een andere ‘ervaringsdeskundige’ is Marion Lamaker. Zij volgde dit voorjaar de intensieve basisopleiding van drie weken bij de Stichting TOP. “Dat was hard werken met lesuren van 9 uur ’s morgens tot ’s middags half 6 en ’s avonds nog eens 2 à 3 uur huiswerk maken, maar meer dan de moeite waard”, vertelt ze. Complicerende factor voor haar was dat ze op Terschelling woont en werkt en in die drie weken maar een paar keer de overtocht naar huis heeft kunnen maken. Van huis uit is Marion (56) onderwijzeres en tot vorig jaar was ze werkzaam als directeur van een basisschool op Terschelling. Zo nu en dan verrichtte ze daar ook wat hand- en spandiensten in de tandartspraktijk van haar man, die samenwerkt met een mondhygiënist en een preventieassistent.

“Omdat we te weinig behandelkamers hadden, zijn we gaan zoeken naar een ruimte die meer ruimte bood”, aldus Lamaker. “Die hebben we gevonden en inmiddels heb ik ook mijn eigen plaats in de praktijk. Ik ben nu praktijkmanager, assistent én mede-eigenaar. Voor die carrièreswitch vond ik een passende opleiding belangrijk, omdat je dit werk alleen maar kunt doen als je echt iets weet van bijvoorbeeld de tandheelkundige taal en instrumenten, van de diverse soorten behandelingen, van pijnklachten en planningen maken. Zo’n korte, intensieve opleiding was voor mij ideaal. Ik heb er absoluut geen last van gehad dat ik de oudste van de tien cursisten was. Ieder van ons had zijn eigen doel voor ogen en was gemotiveerdheid om dat te bereiken. Dat bindt en vond ik top!”

(bron: Nederlands Tandartsenblad 15, 2011)

Op October 24, 2011


Ingediend door